Even geduld a.u.b. het magazine wordt geladen...

Met het slachtofferdevice krijgen slachtoffers hun vrijheid terug

Het slachtofferdevice voorkomt dat een slachtoffer en pleger van ernstig huiselijk geweld en/of stalking elkaar tegenkomen. Behalve een technisch gadget is het vooral een gezamenlijke werkwijze tussen betrokken organisaties. Het resultaat is een sterk verbeterd veiligheidsgevoel bij slachtoffers, die zich weer vrij in de samenleving kunnen bewegen.

Werkwijze

Het slachtofferdevice is een klein apparaatje met gps. Het apparaat is gekoppeld aan de elektronische enkelband van de pleger. Zodra pleger en slachtoffer binnen een straal van 1.000 meter van elkaar komen, waarschuwt het apparaat de reclassering. Die belt het slachtoffer en helpt haar om zichzelf in veiligheid te brengen. Er zit ook een noodknop op het apparaat waarmee het slachtoffer direct de politie kan bellen.

Roy Zeestraten, landelijk projectleider slachtofferdevice vanuit Reclassering Nederland: “We hebben met alle partners verkend hoe we het slachtofferdevice konden inzetten binnen de juridische mogelijkheden. Dat was best even zoeken. Zolang de pleger buiten het gebied van zijn gebiedsverbod is, is er geen juridische grond om hem daar weg te sturen. Dus vandaar de keuze dat het slachtoffer zich verplaatst”.

Het begon in Rotterdam

Het werken met het slachtofferdevice is in 2022 van start gegaan in Rotterdam-Rijnmond, na een voortraject van zo’n drie jaar. In dat voortraject hebben o.a. de reclassering, de vrouwenopvang, het Openbaar Ministerie en de politie in een serie sessies de gezamenlijke werkwijze ontwikkeld. Wat is de rol van iedere partij, en hoe doe je dat met elkaar? Wat betekent dat voor je werkwijze en voor je organisatie? Wie hebben we allemaal nodig? Rechters bleken bijvoorbeeld ook een rol te hebben. Zij moeten in het vonnis expliciet zetten dat het slachtofferdevice wordt ingezet, want de reclassering heeft een wettelijke grondslag nodig om de gegevens van het slachtoffer te mogen verzamelen. Alles moest heel goed en waterdicht geregeld worden. Kim den Boer, extern projectleider slachtofferdevice: “Het gaat natuurlijk om hele risicovolle casussen dus we moesten echt wel zeker weten dat de werkwijze goed gaat voor we met echte casussen konden gaan starten”. Roy en een collega hebben zelf eerst getest – ze wonen bij elkaar in de buurt. Roy was de pleger. Zo konden ze zien: hoe ziet het er uit in het systeem, hoe snel gaat zo’n melding? Ze moesten vertrouwen krijgen in het systeem en de ontwikkelde werkwijze, en de overtuiging krijgen dat die uitvoerbaar was.

De echte start in 2022 was heel spannend. De reclassering is gewend om 24/7 te monitoren voor de enkelband, maar ervaarde nu veel meer druk. Ze moesten nu ook de slachtofferkant voor hun rekening nemen. De reclassering is een dadergerichte organisatie en had geen ervaring in het werken met slachtoffers. Daar heeft de vrouwenopvang geholpen, die hen leerde hoe je dat doet, wat voor woorden je gebruikt en hoe je zo’n gesprek aanpakt. Kim den Boer: “Dat hielp om te beseffen: we hebben elkaar nodig en we hebben allemaal een deel van de benodigde expertise om dit goed te doen”.

Regie bij het slachtoffer

Ook leerden ze dat een slachtoffer soms niet weg wil. Roy Zeestraten: “Er was een moment dat een slachtoffer gewaarschuwd werd dat de dader bij haar in de buurt kwam. Ze was op een festival, en zei: ik ga hier niet weg, dit is één van de weinige uitjes die ik heb, ik wil hier blijven en voel me nu niet onveilig. Daar hadden we van te voren niet over nagedacht. Ze wou ook niet dat de politie bij haar kwam. Dat was een spannend moment. We hebben daarvan geleerd dat we het accepteren als het slachtoffer een weloverwogen beslissing neemt. Natuurlijk gaan we dat nabespreken, maar uiteindelijk bepaalt zij hoe het gaat. Daar is de werkwijze op aangepast”.

De enkelband is altijd een tijdelijke maatregel, en voor slachtoffers is het vaak een eng moment als de band weer af mag. In de werkwijze wordt daar op geanticipeerd door het slachtoffer goed te informeren en te kijken wat zij nodig heeft, bv. aansluitende inzet van AWARE. Maar soms zeggen slachtoffers zelf: ik heb er wel weer vertrouwen in, het is allang rustig.

Inmiddels is in Rotterdam-Rijnmond het slachtofferdevice 35 keer ingezet. Sinds 2024 wordt er ook mee gewerkt in Haaglanden, Noord-Nederland en Hart van Brabant. Een evaluatie uit juni 2025 liet positieve resultaten zien, waarop is besloten de inzet van het slachtofferdevice stapsgewijs landelijk te gaan invoeren.

Samenwerken is cruciaal

Een belangrijke succesfactor was dat er in Rotterdam-Rijnmond al een goede basis was, waarbij de betrokken partijen al intensief samenwerkten. Kim den Boer: “We merken dat in nieuwe regio’s. Als die basis er nog niet goed is, moet je daar eerst op investeren. Organisaties moeten elkaar leren kennen en weten wat de andere organisaties wel en niet kunnen en mogen doen”.

Er is een overzicht gemaakt voor de verschillende organisaties van de impact als je met het slachtofferdevice gaat werken. Voor de reclassering is het een grote verandering in hoe ze werken, voor andere organisaties is die verandering veel kleiner. Roy Zeestraten: “Door dat helemaal te beschrijven, helpen we in nieuwe regio’s de organisaties om snel inzichtelijk te hebben wat het voor hen betekent. Dat geeft comfort. Toen we in Rotterdam startten, wisten we dat allemaal nog niet”.

Een andere succesfactor is om het niet onnodig groot te maken. Het slachtofferdevice lijkt bijvoorbeeld op onderdelen op AWARE en de bespreking over welk instrument wordt ingezet, vindt plaats aan dezelfde overlegtafels in de regio. Dus niet alles is nieuw. Door zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande overleggen, wordt ook voorkomen dat het als iets (te) groots wordt ervaren.

Goed voor iedereen

Bijkomend voordeel blijkt dat deze werkwijze ook de samenwerking op andere vlakken versterkt. Organisaties zijn zich meer bewust van elkaars werk en van elkaars (on)mogelijkheden. Professionals van reclassering en vrouwenopvang zien beter elkaars perspectief, en het perspectief van de andere betrokkene (slachtoffer / pleger) in het patroon. Dat verdiept de begeleiding die zij zelf bieden.

Vaak is er bij een melding geen sprake van doelbewust gedrag van de pleger; hij is toevallig en onbewust in de buurt van het slachtoffer. Maar doordat de ontmoeting wordt voorkomen, wordt ook voorkomen dat dit de pleger zou kunnen triggeren om toch weer de fout in te gaan. Het instrument helpt hem dus ook. Maar de grootste meerwaarde van het slachtofferdevice zit in de veiligheid en de beleving van het slachtoffer: haar leefwereld wordt vergroot, ze durft weer op plekken te komen waar ze eerder niet durfde te komen. Ze kan er weer met de kinderen op uit en ze ervaart weer regie over haar leven.


5/18
1. Start
2. Inhoudsopgave
3. Voorwoord
4. Aware nieuwe stijl
5. Met het slachtofferdevice krijgen slachtoffers hun vrijheid terug
6. De nieuwe Filomena’s
7. Baanbrekende uitspraak in Gelderland
8. Ervaringsdeskundigen in Brabant trainen politie
9. Snel aanvullend forensisch medisch onderzoek bij wurgpogingen
10. Vrouwenopvang ontvangt beginnende agenten
11. Werken met psychische mishandeling vraagt om specialisatie
12. Sonia werkt weer aan haar toekomst dankzij multidisciplinaire aanpak in Haaglanden
13. In Friesland zit het gezin aan tafel bij MDA++
14. ‘Femicide staat nooit op zichzelf’: in Haarlem weten ze elkaar te vinden
15. Interview Huri Sahin, burgemeester Rijswijk
16. Krachtig en kwetsbaar: in Zaanstreek Waterland doen ze het gewoon
17. Veiligheid Voorop: samenwerking zit niet in de structuur, maar in de relatie
18. Colofon