Jolande ter Avest werkt al achttien jaar als advocaat voor slachtoffers van huiselijk geweld. Door deze ervaring heeft zij zich ontwikkeld tot een specialist in het werken met slachtoffers van fysiek én psychisch geweld. Ze is een veelgevraagd spreker op conferenties, geeft trainingen en publiceert o.a. op LinkedIn over haar ervaringen. Ze was één van de drijvende krachten achter het in oktober 2025 gesloten Stembusakkoord tegen Huiselijk Geweld en Femicide. In korte tijd werd dit ondertekend door negen lijsttrekkers van politieke partijen, ruim 100 prominente Nederlanders en 171 burgemeesters. Hiermee wordt een manifest onderschreven dat vraagt om een nationaal actieplan onder leiding van één minister met mandaat en financiering, opname van geweld tegen vrouwen in de Veiligheidsagenda, specialistische kennis binnen zorg en veiligheid, laagdrempelige opvang, effectieve interventies voor plegers en betere nazorg en juridische steun voor slachtoffers en nabestaanden.
Luisteren naar slachtoffers
Het is met name die specialistische kennis waar Jolande ter Avest een vurig pleidooi voor houdt. Hoe hard dat nodig is, baseert ze ook op haar eigen ervaring. “De eerste drie jaar dat ik dit werk deed, heb ik tot mijn grote schaamte aan victim blaming gedaan. Niet dat ik dat wilde, maar ik begreep onvoldoende wat mensen meemaakten. Mij ontbrak de kennis. Dat ben ik gaan leren. Ik ben veel gaan lezen en heel goed gaan luisteren naar slachtoffers.”
Zo raakte ze ervan doordrongen dat psychisch geweld vaak (nog) veel erger is dan fysiek geweld, en dat er in Nederland nog een grote blinde vlek is om hier adequaat in te handelen. Psychisch geweld is moeilijker aan te tonen. Je hebt meer tekst nodig, want je moet het patroon uitleggen. Iemand liegt bijvoorbeeld voortdurend en het slachtoffer moet weerleggen wat en hoe er gelogen wordt. Dat is veel ingewikkelder dan de leugen neerleggen. En slachtoffers zijn niet altijd de makkelijkste mensen om mee om te gaan. Ze zijn vaak zwaar getraumatiseerd, bang, soms controlerend, omdat ze hun autonomie helemaal kwijt zijn geraakt. “Als de pleger zich bij instanties niet agressief gedraagt, wordt makkelijk gedacht: met hem is niets mis. Aan de ene kant zie je iemand in grote paniek, die onsamenhangend ratelt. Aan de andere kant zit iemand heel ontspannen, die vertelt hoe fijn hij het heeft met zijn kinderen; hij laat foto’s en filmpjes zien. Die zeggen echter niets. Kinderen zijn niet 100% van de tijd bang voor iemand, en ze zijn vaak heel pleasend naar iemand die dwingend gedrag vertoont. Het kost veel tijd om uit te leggen hoe het in elkaar zit.”
Een sepot is geen onschuldverklaring
Volgens het CBS ervaren jaarlijks 1,3 miljoen mensen een vorm van huiselijk geweld, waarbij 990.000 mensen zeggen dat zij dit structureel meemaken. De politie registreert jaarlijks 84.000 zaken van huiselijk geweld. Daarvan komen maar 8.500 bij het Openbaar Ministerie terecht, en zo’n 6.000 daarvan leiden tot een strafzitting. Vaak volgt dan wel een veroordeling; dit zijn eigenlijk zonder uitzondering zware zaken waarin voldoende bewijs voorhanden is. Helaas is het niet zo dat er bij al die andere zaken geen ernstige feiten zijn gepleegd, of dat er geen bewijs is. Ook iets simpels als onvoldoende menskracht bij de politie, maakt dat veel zaken nooit tot een zitting komen. “Ik zie bij veel instanties de misvatting dat een sepot hetzelfde is als een onschuldverklaring. Mensen denken dat als er geen strafrechtelijke veroordeling is, er dus ook geen huiselijk geweld heeft plaatsgevonden.” Dat kan gevaarlijk zijn, als in het familierecht besluiten worden gebaseerd op deze misvatting. Als advocaat voelt ze een grote verantwoordelijkheid. “Mijn werk draait vooral om het veilig houden van vrouwen en kinderen. En als dat niet lukt, hou ik mijn hart vast.”
Onveilige neutraliteit
Ze ervaart dat er weerstand is bij het verhaal van het slachtoffer omdat iedereen denkt: iedere ouder wil het beste voor zijn kind. Het is moeilijk te geloven dat dat soms niet zo is. “Instanties willen vaak neutraal zijn en in het midden staan. Maar dat is heel ingewikkeld voor slachtoffers, dat maakt hen onveilig. Ook wat slachtoffers over de kinderen vertellen, kan bij de andere ouder terechtkomen en daarmee de kinderen onveilig maken. Het wil natuurlijk niet zeggen dat je iedereen die stelt slachtoffer te zijn, altijd moet geloven. Natuurlijk zijn er ook mensen die je in willen zetten voor hun eigen gewin. Het is daarom nodig dat iedereen die zich in het werkveld met psychisch geweld bezighoudt, voldoende zaken doet. Je moet hier je specialiteit van maken. Dan begrijp je het systeem, en kun je dat onderscheid maken. Dat is op alle plekken nodig, bij de rechtbank, bij de Raad voor de Kinderbescherming, bij het OM, bij de Jeugdbescherming. Je hebt bulk nodig. Ik leer iedere dag nog van nieuwe situaties. Psychisch geweld heeft een grote verscheidenheid aan verschijningsvormen. Je moet begrijpen wat de effecten kunnen zijn op volwassenen en kinderen. Je moet voldoende tijd hebben. Je moet doorvragen op details. Als je patronen wilt begrijpen, moet je heel goed kijken naar de onderlinge communicatie, naar de appjes die worden uitgewisseld. Lopen de kinderen op eieren? Durven ze zich vrij te bewegen? Durven kinderen zelf besluiten te nemen die passen bij hun leeftijd? Je kunt niet zoveel met wat een kind zegt. Daar zou je nooit op afgaan als je iets van intieme terreur begrijpt, want dan weet je dat een kind zich vaak niet vrij voelt om te praten.”
Optimisme
Ondanks wat ze in haar praktijk regelmatig aan lacunes constateert, is ze niet pessimistisch. “Ik zie dat het OM en de rechtspraak slagen maken. Het helpt enorm als Officieren van Justitie en rechters zich gaan specialiseren. Intieme terreur is een complex onderwerp, net als ondermijning bijvoorbeeld, dat kun je er niet even bij doen. Bij de politie zie ik vooral vooruitgang in de grote steden. Maar langzaam wordt dat wel breder. De aandacht voor alle moorden die deze zomer zijn gepleegd en ook het stembusakkoord, helpen om het bij meer partijen op het netvlies te krijgen. Dat bijna alle lijsttrekkers en zo veel burgemeesters dit hebben getekend, laat wel zien dat het bewustzijn toeneemt.”